Albert Bloemendaal: Golfboeken

Het zijn de verhalen achter de objecten die het Nederlands Golf Museum tot leven brengen. Van mensen die over vroeger en nu kunnen vertellen.

Aan het woord is Albert Bloemendaal, schrijver van diverse golfboeken én verzamelaar ervan. Hij schonk het Nederlandse Golf Museum een deel van zijn collectie.

“IK HEB ER DE LEEFTIJD VOOR OM DINGEN DIE WAARDEVOL ZIJN ELDERS ONDER TE BRENGEN”
Het deed hem wel enigszins pijn de boeken die hem zo dierbaar zijn aan het Nederlands Golf Museum af te staan. Zesentwintig in totaal. Maar de negentigjarige Albert Bloemendaal is realistisch. “Ik heb er de leeftijd voor om dingen die waardevol zijn elders onder te brengen. Nu kan ik er nog zelf over beslissen. Als ik er niet meer ben, gaan anderen erover en weet je niet waar ze terechtkomen.”

Hij oogt bijzonder energiek en staat nog wekelijks op golfbaan, De Hooge Graven in Ommen, vlakbij zijn woonplaats Nijverdal. De ochtend voorafgaand aan het interview heeft hij er nog les genomen. Stel hem een vraag over de geschiedenis van de golfsport en je krijgt geheid een mooi verhaal te horen. Toch kwam hij pas rond zijn vijftigste met de golfsport in aanraking. In Indonesië, waar hij gedurende vijf jaar als expat voor AT&T werkte.
“Daar was golfen een societygebeuren, een plek om gezien te worden, maar ik raakte er gelijk verslaafd aan. Eigenlijk door mijn vrouw, die er weinig te doen had en die sport ging beoefenen als een plezierig tijdverdrijf. Zij heeft me overgehaald.”
Terug in Nederland, rond zijn zestigste, dook hij volledig in de golfsport. De VUT bestond toen nog (Vervroegde Uittreding – EK) en zijn werkzame leven zat erop. Hij ging nog meer golfen en pakte een studie cultuurgeschiedenis op. Studeerde af met een scriptie over de golfsport. Zo werd hij golfhistoricus en in die hoedanigheid aangetrokken als docent sportgeschiedenis bij de Saxion Sport Hogeschool voor de inmiddels ter ziele gegane opleiding tot golfleraar. “Daardoor dook ik nog meer in de literatuur en bleef mijn verzameling golfboeken groeien”, vertelt hij.

VERTELLER EN SCHRIJVER
Er zijn niet veel Nederlandse golfboeken verschenen. Bloemendaal vond ze vooral in Engeland, een land waar hij een band mee heeft. Zijn vader komt er vandaan. Maar ook in Schotland, zijn favoriete golfland, waar hij jaarlijks een maand met zijn vrouw doorbracht en vele golfbanen bezocht.
“Er wonen daar vijf miljoen mensen en er zijn 550 golfbanen. Kun je nagaan. Het is er een echte volkssport. Op zondagen, als het hele clubhuis vol zit, krijg je de mooiste verhalen te horen.” Verhalen die hij graag doorvertelt, maar ook aan het papier toevertrouwt. 
Onder andere in het in 2016 verschenen boek ‘Golf Tijd’ waarin interessante historische golfgebeurtenissen de revue passeren. In 2014 schreef hij samen met Pius Muskens het boek ‘De beginjaren van de golfsport in Nederland’ ter ere van het honderdjarig bestaan van de NGF.
Ook die uitgave en andere boeken van zijn hand hebben een plek gekregen in de almaar groeiende bibliotheek van het Nederlands Golf Museum.
Het mooiste boek, niet door hem geschreven, staat echter nog bij hem thuis in de kast. Een biografie over Joyce Wethered (17 november 1901 – 18 november 1997), op haar achttiende de beste vrouwelijke golfspeelster ter wereld. “Het is een ontroerend boek dat goed weergeeft hoe zij moest knokken in de door mannen overheerste golfwereld. De prijs voor de wedstrijd Great Britain – USA op St. Andrews die zij won, moest ze bijvoorbeeld buiten in de stromende regen in ontvangst nemen. Ladies were not aloud in het clubhuis”, vertelt hij.

Tom Morris is één van zijn andere helden uit de golfsport. Ook een pionier. De eerste golfbaanarchitect. “Ik beschouw hem als de stichter van het moderne golf. Hij was onder andere verantwoordelijk voor de baanarchitectuur van St. Andrews.
Voor die tijd deed iedereen maar wat. De ene baan had vijf holes, de ander dertig. Hij legde voorgoed vast dat een golfbaan achttien holes heeft. En dat tee en hole gescheiden werden.
Voordien lagen tee en hole op drie stoklengten van elkaar. Hij ging ook Nederlands gras voor de greens gebruiken, wat een hele verbetering was. Tom Morris heeft voor een logische structuur van de golfbaan gezorgd en daar hebben wij nu nog steeds profijt van.”