Het golfmuseum in Afferden

 

Al vanaf de 13e eeuw wordt in de Lage Landen Colf gespeeld, evenals Golf een lange baanspel met stok en bal. En reeds vanaf het begin van de 16e eeuw zien we op Vlaamse miniaturen dat gespeeld wordt naar een ‘cuyl’ of ‘put’. Te midden van deze afbeeldingen verschijnt in 1545 van de hand van de Noord-Nederlandse humanist en geleerde Pieter van Afferden (Petrus Apherdianus, circa 1510 – 1580 of later) zijn “Tyrocinium linguae Latinae”, wat zoveel wil zeggen als “Latijn voor Nieuwlingen”. Een tweetalig oefenboekje voor zijn
leerlingen, gebaseerd op alledaagse situaties en vergelijkbaar met een huidig taalgidsje voor op reis.

Eén hoofdstuk in het boekje is gewijd aan balspelen waarin ook een Latijnse oefenconversatie voor Colf is opgenomen. De beschrijving door Pieter van Afferden van de gedragsregels én van het spelen naar een ‘cuyl’ vertoont overeenkomst met regels, die ook nu nog in Golf worden gehanteerd.

Het boekje trekt de aandacht van sporthistorici en een vooraanstaand vertegenwoordiger daarvan, de Duitse Professor en taaldeskundige Dr. Heiner Gillmeister zag hierin een aanwijzing , en later na meer taal- en gedragsonderzoek zelfs overtuigend bewijs,  dat Golf niet, zoals de Schotten graag geloven, in Schotland maar in de Lage Landen is ontstaan.

Sommigen vinden dit bewijs te mager en stellen dat Colf en Golf, in afwachting van sterker bewijs, ieder een eigen ontwikkeling heeft doorgemaakt. Vast staat dat golf, of een vroege vorm daarvan, reeds vroeg in het tweede millennium in de Lage Landen werd gespeeld.

Het lijkt waarschijnlijk dat het colfspel al omstreeks 1450 ook in Schotland en Engeland werd gespeeld en daar ‘golf’ of ‘golfe’ werd genoemd, maar afbeeldingen of geschriften uit die tijd geven daarvan geen blijk. Niet eerder dan in 1636 vinden we aanwijzingen dat in Schotland golf, of een vroege vorm daarvan, werd gespeeld. Soortgelijke omschrijvingen als in het boek van Pieter van Afferden vinden we echter niet terug in de Schotse literatuur.

Er zijn wel prachtige verhalen over de ontstaansgeschiedenis van het golfspel die ons terugvoeren naar circa 1100 voor Christus, waarin Schotse schaapherders stenen sloegen in konijnenholen op de plek waar nu de wereldberoemde St. Andrews Golf Club is gevestigd. Dezelfde verhalen doen echter de ronde op het continent, waar in een grijs verleden eens een herder met zijn herdersstaf een kiezelsteen wegsloeg.

De theorie dat Hollandse palingvissers en haringvissers tijdens het wachten aan de Theems het colfspel beoefenden om de tijd te doden en daarmee de belangstelling van de plaatselijke bevolking opriepen, wordt gesteund door gevonden inhoud van gestrande schepen zoals het Biddinghuizer colfschip. Het lijkt daarbij geen toeval dat de oudste golfclubs aan de oostkust van Schotland liggen.

Menig golfhistoricus is van mening dat het huidige golf toch een oorspronkelijk Schots product kan worden genoemd, omdat het weinig meer lijkt op het colfspel zoals dat door Pieter van Afferden in 1545 werd beschreven. Echter, hetzelfde geldt voor het spel zoals dat in die tijd in Schotland en andere landen werd beoefend. Golf is niet plotseling ontstaan of uitgevonden. Golf heeft zich ontwikkeld volgens een geëvolueerd proces dat nog altijd voortduurt. Het zou bijzonder zijn als Nederland en Vlaanderen zich daadwerkelijk kunnen beroepen op het ontstaan van de huidige wereldwijde golftraditie. In elk geval is het een interessante en boeiende discussie, die nog veel onderzoek met zich mee zal brengen. Bouwstenen voor deze discussie vindt u in het Nederlands Golfmuseum in – hoe kan het anders – Afferden!