Golfclubs van Peter Marsden

Peter Marsden, oud R.A.F. piloot, gehuwd met een Nederlandse vrouw, was de zoon van wijlen R.W. Marsden, maar is inmiddels zelf ook overleden. Hij vond na het overlijden van zijn vader een zolder vol oude golfstokken, alle voorzien van bijzondere kenmerken, helaas niet met jaartallen, maar dat wordt uitgezocht. Hij schonk alles op 22 maart 2017 aan het Nederlands Golfmuseum. Een stok of twintig, dacht hij. Het waren er maar ruim 50, afkomstig uit de erfenis van zijn vader. We hebben er een aparte wand voor gemaakt met op de ene zijde alle ijzers en aan de andere kant de putters en de drivers.

Onderstaand het interview in de Golfkrant met Peter Marsden in xxxx.

Ogen die glimmen als hij over de golfsport praat. En over zijn vader, Robert William Marsden, de man aan wie hij zijn passie te danken heeft. Zijn baan als piloot bracht Peter Marsden naar Nederland. Hij woont er al dertig jaar, in een sfeervol oud huis in Amstelveen, niet ver van Schiphol en werkte onder andere voor Transavia, waar hij zijn vrouw Linda Radius leerde kennen, die er als stewardess werkte. Maar zijn liefde voor de golfsport ontstond in Lancashire, een graafschap in de Engelse regio North West England.
“Mijn vader was zo bezeten van de golfsport dat hij pal naast de Pleasington Golf Club een stuk grond kocht en er een huis op liet bouwen”, vertelt Peter Marsden. Ook na zijn emigratie naar Nederland bleef hij de sport beoefenen. In de eerste instantie bij Golfbaan Spaarnwoude in Velsen, later bij Golfbaan Houtrak in Halfweg, waar hij met de senioren speelt en onder andere de NGF International, de National Seniors Stokeplay en de National Matchplay won. Wat wil je met een handicap van 2,3.

Hickory
In de nalatenschap van zijn vader, die op vierentachtigjarige leeftijd overleed en tot zijn tachtigste bleef golfen, trof Marsden veel oude golfartikelen aan. Medailles, bekers, trofeeën én een groot aantal oude golfclubs die hij aan het museum schonk. “Mijn vader werd kampioen in India en in Lancashire en speelde tot in de jaren ‘20 en ‘30 nog met hickory-clubs. In zijn latere leven begon hij ze te verzamelen. Mijn zus woont nu in ons ouderlijke huis en ze lagen er op zolder. Dat vond ik jammer. Ik heb liever dat anderen ervan kunnen genieten.”
Als het aan Marsden ligt wordt er ook nog mee gespeeld. Zelf heeft Marsden nog nooit een hickorywedstrijd gespeeld, maar het staat hoog genoteerd op zijn wensenlijst. “Net als dat piloten het leuk vinden oude vliegtuigen te besturen, vinden golfers het interessant om met oude materialen te spelen. Je moet de sport dan weer opnieuw uitvinden en dat lijkt me een enorme uitdaging.”

Browns
In het koloniale tijdperk woonden zijn ouders lange tijd in India, dat toen tot het Britse rijk behoorde. Zijn vader had er enkele weefmolens voor de productie van katoen en stond ook daar wekelijks op de golfbaan. Peter werd er verwekt, maar tijdens de zwangerschap remigreerden zijn ouders naar Engeland. In zijn jeugd luisterde hij ademloos naar de vele verhalen die zijn vader over het leven in India vertelde. Ze lieten een onuitwisbare indruk na. “De golfbanen in India waren anders dan die in Engeland”, vertelt hij. “Ze waren zo zanderig dat ze er niet van greens, maar van browns spraken.
Om te voorkomen dat het zand werd weggeblazen, vermengden ze dat met olie. Je had er een speciale putter voor nodig, de zogenaamde en mallet styler putter. Die was succesvoller op deze greens dan de gewone stalen L putter. Mijn vader kocht een ‘piano putter’ gemaakt door Jean Gassiat tussen 1910 en 1950. Die lijkt op een open vleugel, maar ook op een kaaspunt, perfect om over het zand te glijden. Een prachtig stuk van hout en koper.”
Die putter is sinds kort niet meer in zijn bezit. Hij schonk hem aan de middelbare school waar zowel hij als zijn vader onderwijs genoten.

Pionier
De jonge Peter sloeg als een van de eersten in Engeland met een metalen hout af. “Die had mijn vader meegebracht uit India. De lucht was er zo heet en droog, evenals de grond, dat houten clubs kraakten. Vandaar dat ze er al veel eerder met metalen clubs speelden. Tijdens de junior competities in Engeland werd me vaak de vraag gesteld of ze wel legaal waren. En ja, dat waren ze. Een prachtig rood paar “Brassie & Spoon.”
Ondanks de mooie herinneringen aan zijn jeugd in Engeland heeft hij nooit overwogen terug te keren. “De Nederlandse levensstijl bevalt me beter. Er is hier meer vrijheid, het draait niet alleen maar om werken. Iedereen gaat naar buiten als het weer het toelaat en kinderen spelen nog op straat. Het is hier net wat relaxter dan in Engeland en ook in dit land kun je volop golfen”, lacht hij.