Golfstokken enige Nederlandse golfstokkenproducent

Het zijn de verhalen achter de objecten die het Nederlands Golfmuseum tot leven brengen. Van mensen die over vroeger en nu kunnen vertellen.

Verzamelaar Ton Born schonk een collectie nieuwe golfclubs aan het museum. Gemaakt in de jaren tachtig door Gerard Hoetjer. Niet antiek, maar erg bijzonder. Hoetjer was de enige golfstokkenproducent ooit in Nederland.

De leeftijd begint te tellen. Het huis in Nieuwegein wordt te groot. Ton Born wil het verkopen en kleiner gaan wonen met echtgenote Coby. Maar eerst moet hij zich van zijn enorme collectie oude golfmaterialen ontdoen. Een deel verzamelde hij voor zichzelf, een deel voor de verkoop. Via zijn bedrijf Golfing Memorabilia handelt hij erin. Nu wil hij alles kwijt en schenkt hij een unieke set golfclubs, gemaakt door Gerard Hoetjer, aan het Nederlands Golfmuseum.
“Als ik ze verkoop weet ik niet wat ermee gebeurt. Nu heeft het een bestemming voor de toekomst”, aldus Born.

Clubhoofden van hout
Gestoken in een traditionele golfoutfit overhandigt Ton Born op zaterdag 13 april 2017 ? een set golfclubs van Nederlandse makelij, gemaakt door Gerard Hoetjer, aan John Ott, conservator van het Nederlands Golfmuseum, die eveneens een traditioneel golftenue draagt. Het is de dag waarop de openingswedstrijd van de Dutch Hickory Tour plaatsvindt op Golfbaan Landgoed Bleijenbeek en beiden spelen mee.
De clubs zien er fantastisch uit. Ongebruikt en glanzend. Bijzonder is dat alle clubhoofden van hout zijn gemaakt, tot aan die van de putters toe. “Gerard Hoetjer is de enige golfstokkenproducten die Nederland ooit heeft gekend. Hij werd daarin bijgestaan door zijn broer Harry”, licht Born toe. “Het idee voor zijn bedrijf, genaamd Hoetjer Golf-Industries, ontstond toen hij verkering kreeg met de dochter van een golfpro die hem vertelde dat de pro’s vaak ook de clubs repareerden, maar daar niet altijd goed voor waren uitgerust. Voor hem de reden zich daarop te gaan richten.

In het begin leende hij de daarvoor benodigde swingweight scale van een pro in Arnhem. In 1982 maakte hij er een replica van en was dat niet meer nodig. Later richtte hij een werkplaats in bij een houtfabriek en ging hij zelf clubs en putters maken. Geheel naar eigen ontwerp.”

Gepatenteerde methode
De clubhoofden van Hoetjer zijn gemaakt volgens een unieke gepatenteerde methode. Van laagjes beuken, geïmpregneerd met epoxy en samengeperst onder een hoge druk en temperatuur. Toen de eerste prototypes gereed waren, vond er een test plaats in de Verenigde Staten, waaruit bleek dat topgolfers er tien procent verder mee sloegen. Niet alleen dat, ook het geluid dat het slaan met deze houten voortbracht was bijzonder. ‘Alleen hout geeft het geluid weer waaruit je op kunt maken hoe je de bal geslagen hebt en waar die naartoe gaat’, zo staat er in de bijbehorende brochure te lezen.
De houten van Hoetjer, die onder de naam Wood Eeyre op de markt kwamen, zijn vergelijkbaar met een driver en werden geleverd van 3,5 tot en met 7. Zo nodig werden ze individueel op maat gemaakt.Gerard stond er regelmatig mee op beurzen, niet alleen in eigen land maar ook in het buitenland. De Australische professional Greg Norman zou er zelfs mee gespeeld hebben. Helaas maakte een ongeval in de fabriek, waarbij Gerard Hoetjer zijn rug brak en in een rolstoel belandde, een einde aan het Hoetjer imperium.

Dat een deel van de collectie nu een plek krijgt in het Nederlands Golfmuseum, wordt door de twee broers Hoetjer als zeer eervol ervaren en ze zijn zeker van plan er binnenkort een kijkje te gaan nemen.

Zoektocht naar Hoetjer
Maar hoe kwamen de clubs van Hoetjer nu eigenlijk bij Ton Born terecht? “In de jaren 90 kocht ik ze van golfpro Jacob Tier”, vertelt hij. “Ik vond ze erg bijzonder en werd getriggerd door het achterliggende verhaal. Vooral omdat ik wist dat Gerard de enige Nederlander was die ooit golfclubs heeft gemaakt. Onlangs ben ik de naam Hoetjer gaan googlen en stuitte ik op een garagebedrijf in Stadskanaal met dezelfde naam. Toen ik het bedrijf belde, kreeg ik de eigenaar aan de lijn en die vertelde mij dat Gerard zijn oom is. Mooier kun je het niet krijgen. Via de mail heb ik contact met hem en met zijn broer Harry gezocht, waarna ik hen beiden ook via de telefoon heb gesproken.

Ik vertelde Gerard dat ik mijn collectie aan het museum wilde schenken en dat vond hij zo leuk dat hij me nog meer clubs en een paar mallen heeft toegestuurd. Werkelijk fantastisch. Ook die zijn voor het museum bestemd en krijgen er een eervolle plaats. Ik vind het enorm waardevol dat hij zijn levenswerk nu aan het museum heeft overgedragen. Over 50 jaar is daar nog steeds te zien dat er ooit een Nederlander was die golfclubs maakte. En wat voor één.