Rek met golfstokken (rond 1920)

In dit rek bevinden zich 7 damesstokken en 7 herenstokken uit begin 20e eeuw. De stokken zijn van hickoryhout op één stok na. Hickoryhout komt van de hickoryboom. Een notenboom, die voornamelijk in Amerika groeit. Dit notenhout, ook wel bekend als hamerstelen hout was geschikter dan het hout van de Hollandse Esp, waar de Nederlandse stokken heel vroeger van werden gemaakt. Omdat dit hout sterker, soepeler en geheel knoestenvrij was bleek het uitstekend geschikt om er golfstokken van te maken en verving het uiteindelijk het voor die tijd in de Lage Landen gebruikte espenhout. Deze houten hickory shafts waren tot circa 1920-1925 in zwang.

Eind 19e, begin 20e eeuw kwamen metalen shafts opzetten en raakten de kwetsbare houten stokken steeds meer in onbruik. De eerste metalen ‘wood’ is van aluminium en werd in 1895 gemaakt en gepatenteerd door Sir William Mills (Sunderland).

Na circa 1925 waren stalen en ijzeren shafts zo in trek dat er steeds minder houten stokken werden gemaakt. Met de ijzeren stokken kon veel verder worden geslagen en na 1930 werden vrijwel geen houten stokken meer gemaakt en na 1935 helemaal niet meer. In het rek bevindt zich één stok van latere datum en hier zien we de overgang naar metaal. Geen hout, maar wel bruin om enigszins op hout te lijken.

Onze moderne clubs worden echter nog steeds ‘stokken’ genoemd en fairway woods (houten 3 of 5 bv.) al zit er tegenwoordig geen spatje hout meer in. Zelfs de clubhoofden van drivers  zijn 2e helft vorige eeuw overgegaan op ander materiaal zoals staal en titanium.